Selecteer een pagina

De vanlife droom is bij mij erg sterk. Zo sterk dat als ik er aan denk en weet dat we het nog lang niet kunnen betalen dat het me verdrietig kan maken. Het lijkt soms zo ver weg en zo onhaalbaar dat het bijna te pijnlijk is om er naar te streven. Natuurlijk weet ik dat ik me ook moet focussen op het hier en nu en dat doe ik ook. Ik geniet elke dag van mijn lieve man, onze dochter, de hondjes en de gezellige stad waar we wonen. Het is gelukkig helemaal niet (meer) zo dat ik ongelukkig ben met mijn leven, echt compleet niet. Maar die droom die knaagt soms zo. Ik wilde voor mijzelf het sparen inzichtelijk maken, zodat ik kan zien hoever we zijn. Een soort teller die bijhoud hoeveel geld we hebben en hoever weg onze droom nog is.

Een spaardoel vaststellen

Om dit te doen moet ik natuurlijk eerst de vraag beantwoorden hoeveel geld we nodig hebben voor we weg kunnen. Om te vanlifen is natuurlijk je bus (je van) het belangrijkste. Het lijkt me daarom ook verstandig om hier niet voor het goedkoopste te gaan. Dit hebben we al eens eerder gedaan en voor 1.800 euro een oude Renauld Traffic camper gekocht. Wat overigens echt een leuk ding was, maar hij had nogal wat technische mankementen. Over wat voor bus we precies willen zijn we nog lang niet uit. We twijfelen nu voornamelijk over: gaan we voor een oude bus (jaren 80/90) of juist een nieuwere.

Een oude bus

Beiden hebben zo z’n voor en nadelen. Een oude bus ziet er over het algemeen een stuk leuker, hippieachtiger uit en is hiermee dus ook een stuk meer aantrekkelijk voor bijvoorbeeld instagram en youtube. Daarbij heeft een oude auto veel simpelere techniek, iets wat je zelf nog wel eens kan leren en dus kun je zelf een groot deel aan je bus sleutelen. Oude bussen zijn over het algemeen iets goedkoper in aanschaf (tenzij je voor een echte oldtimer gaat, die zijn weer onbetaalbaar), maar rijden vaak weer een stuk duurder omdat ze meer verbruiken. Het laatste nadeel is dan dus ook dat deze auto’s nog slechter zijn voor het milieu dan nieuwe auto’s.

Een nieuwe bus

Nieuwe bussen zijn vaak duurder in aanschaf, maar bevatten wel vaak meer luxe. Dingen zoals airco, rijcomfort en ze kunnen vaak ook een stuk sneller rijden. Daarentegen is de techniek steeds ingewikkelder geworden en moet je bijna een computerprogrammeur zijn om iets te kunnen maken, zelf aan je bus sleutelen zal dus maar beperkt gaan. Het grootste argument tegen een nieuwe bus in mijn ogen is dat ze gewoon heel erg lelijk zijn. Na een tijd op marktplaats rond te hebben geneusd denk ik dat we ongeveer rond de 4.000 euro kwijt zullen zijn aan een bus. Dit is dan wel een bus die een opknapbeurt nodig heeft, maar zolang de basis (vooral de motor) maar goed is.

De binnenkant

Over de buitenkant (het belangrijkste dat wel) zijn we dus nog niet helemaal uit. Over de binnenkant zijn we het eens dat we zoveel mogelijk zelf willen doen. We willen het graag zelf ons interieur gaan bouwen en het liefst met gerecyclede en goedkope materialen. Op youtube is zoveel mooie inspiratie te vinden van mensen die ons voor gingen en de mooiste bussen hebben ingericht. Zoals deze Britse vrouw in aan omgebouwde ambulance. We zijn nu al een tijdje hout aan het verzamelen in onze schuur om straks te gebruiken. Dus heb je nog goed hout waar je van af wil of toevallig leuke tegeltjes waar je niks meer mee doet, wij houden ons aanbevolen. Ik denk dus dat de binnenkant niet veel hoeft te kosten als je een beetje creatief bent. Zo heeft Bob van het levende dorp zijn SRV wagen voor nog geen 1000 euro gebouwd vertelde hij ons. Je moet gewoon goed zoeken naar goedkope materialen. Bob kan het met 1.000 euro, maar die heeft vast meer ervaring en connecties als wij, daarom heb ik voor onze verbouwing het bedrag iets hoger geschat. Namelijk op 2.0000 euro. Dit is inclusief zonnepanelen op het dak, deze zijn tegenwoordig tweedehands best betaalbaar te vinden.

Leven en reizen

Natuurlijk als we eenmaal vertrokken zijn in onze camper willen we ook niet dat we na twee weken onze camper weer moeten verkopen omdat ons geld helemaal op is. Het leven in een camper zou een stuk goedkoper zijn dan het leven in een huis. Je hoeft namelijk geen huur te betalen en met zonnepanelen op je dak ook geen energierekening. Eigenlijk zijn er vier kostenposten. Dit zijn je boodschappen, de brandstof, je autoverzekering en je persoonlijke verzekeringen. De kosten van de boodschappen hangen sterk af van het land waar je op dat moment bent. Voor deze rekensom gaan we er van uit dat de meeste Europese landen goedkoper zijn dan Nederland en dat we best zuinig kunnen leven.

De maandelijkse kosten

Ik heb de boodschappen geschat op 250 euro per maand. De brandstofkosten vind ik lastig te schatten, dit hangt erg af van het soort bus en het aantal km die je in een maand wil afleggen. Ik ben zelf een groot voorstander van langzaam reizen en max 2 a 3 uur (ongeveer 200km) in de auto te zitten per dag. Dit komt neer op 6.000 km per maand. Voor de berekening ben ik even uitgegaan van een populaire vanlife wagen, namelijk een Mercedes Sprinter uit 2011. Deze gebruikt ongeveer 11 liter diesel op 100km dus 660 liter voor onze 6.000 km per maand. Met de huidige dieselprijs komt dat neer op bijna 1.000 euro per maand. De autoverzekering gok ik op ongeveer 100 euro per maand. Nu komt het lastigste gedeelte, namelijk je eigen verzekering. Want als je ziek wordt dan wil je wel graag geholpen worden zonder gelijk platzak te zijn. Je Nederlandse zorgverzekering vervalt namelijk als je lang in het buitenland verblijft. Nu vond ik deze reisverzekering speciaal voor wereldreizigers. Het wordt mij echter niet duidelijk of hiermee ook alle zorgkosten zijn gedekt. Dit zal ik in een later stadium moeten uitzoeken. Voor nu komen de kosten voor ons gezinnetje dan op 90 euro per maand.

Betaalbaar vanlifen

Als ik de kosten van de boodschappen en de verzekeringen op tel kom ik op een bedrag van 440 euro aan vaste lasten in de maand. Dit lijkt me een haalbaar bedrag om bij elkaar te verdienen met een online baantje. Echter wordt vanlife een stuk duurder omdat je graag ook wil reizen en dat kost dus het meeste geld. Je kan er natuurlijk voor kiezen om nog langzamer te reizen en langer op een plek te blijven. Zo kun je van boerderij naar boerderij reizen en daar kun je WWOOF’en. Dit bespaard weer flink op je boodschappen geld. Of je kan af en toe wat seizoenswerk doen, hiermee blijf je ook langer op een plek en het genereert ook nog eens inkomsten. Oftewel er zijn mogelijkheden genoeg om het goedkoper te houden. Voor het gemak ga ik er even vanuit dat je met 800 euro per maand best rond kan komen en nog wat van de wereld kan zien.

Het spaardoel

Als we nu de kosten van de bus (4.000 euro) en de verbouwing (2.000 euro) bij elkaar optellen komen we op 6.000 euro uit. Omdat we niet gelijk onze bus willen verkopen als het financieel even tegen zit, zou het dus fijn zijn om een buffer van een paar maanden in het spaardoel op te nemen. Zodat je ook tijdelijk zonder inkomen in ieder geval nog een tijdje in je bus kan wonen en een nieuw plan kan maken. Hoe groter die buffer hoe beter natuurlijk, maar laten we eerlijk zijn we willen ook niet over 10 jaar pas gaan vertrekken. Een beetje risico nemen en er gewoon voor gaan hoort ook een beetje bij dit soort dromen in mijn ogen. Als we het spaardoel op 10.000 euro vastellen hebben we voor ongeveer 5 maanden een buffer.

Onbetaalbaar

Tien duizend euro, jeetje dat klinkt als een hoop geld. Nu ik dit zo heb uitgerekend en op papier heb gezet lijkt onze droom nog verder weg dan ooit. Vooral het feit dat ik de laatste jaren al mijn spaargeld heb opgegeten en nu nog maar letterlijk 100 euro op mijn rekening heb staan geeft me weinig moed. Toch gaan we het echt proberen en gaan we er heel hard aan werken om het realiteit te maken! Jon-Benjamin is deze week gestart met een nieuwe baan. Hij helpt meebouwen aan een groene toekomst en werkt nu als zonnepanelen installateur. Ik ga nu vanuit huis als heuse thuisblijfmoeder op allerlei manieren geld proberen te verdienen. Hoe ik dat ga doen kun je lezen in mijn volgende vanlife blog!