Selecteer een pagina

Ik kan me het moment dat ik besloot vegetariër te worden nog goed herinneren. Ik was 16 jaar oud en was smoor verlieft op een een jongen met een enorme bos rode krullen. Ik ging na school wel eens met hem mee naar huis en bleef dan bij hem en zijn ouders eten. Hier leerde ik dat hij vegetariër was. Toen ik hem vroeg naar de reden waarom hij geen vlees at liet hij mij een aantal filmpjes zien van hoe het er aan toe gaat in een slachthuis. Nou ben ik opgegroeid op het platteland en wist ik heus wel dat er niet altijd even lief met ons vlees word omgegaan, maar de gruwelijkheden op deze beelden deden me echt denken aan een horrorfilm. Zo’n horrorfilm uit de Saw serie, eentje waarbij je steeds weg moet kijken omdat het zo akelig is.

Dat was het moment dat ik besloot dat ik geen vlees meer wilde eten. Mijn omgeving dacht dat ik het nooit zou volhouden want ik was een heuse carnivoor. Hun scepticisme heeft mij erg geholpen om het vol te houden, want nu moest ik mezelf bewijzen. Ik denk dat stoppen met vlees eten ongeveer hetzelfde werkt als stoppen met roken (waar ik overigens geen ervaring mee heb). In het begin is het super lastig om de verleiding te weerstaan, maar na een tijdje is het gewoon normaal. Je weet niet beter. Je bent vegetariër dus je besteld een vegetarisch gerecht in een restaurant en een kaassoufflé bij je patat.

Het vegetariër zijn ging me heel goed af, mijn omgeving wende er aan en accepteerde het. Maar voor mezelf kon ik na een tijd niet goed meer uitleggen waarom ik geen vlees at en wel kaas en eieren. Voor zuivel en eieren worden er immers ook dieren misbruikt. Ik heb meermaals overwogen om veganist te worden. Om alleen maar plantaardig te eten, maar meestal kwamen daar ook weer allemaal gedachtes bij kijken. “Die ananas, die wel hartstikke gezond en veganistisch is, word die niet helemaal hier heen verscheept vanuit Zuid Amerika? Dat is natuurlijk ook hartstikke slecht voor het milieu! En worden die boeren die ze verbouwen wel eerlijk betaald? Vast niet!” En als ik dan verder na dacht over dat ik echt geen negatieve invloed op het leven van anderen, mens of dier, wil hebben. Dan probeerde ik een scenario te bedenken waarbij ik helemaal geen negatieve invloed zou uitoefenen op iemand, maar ik kon er geen bedenken. Zelfs als ik helemaal zelfvoorzienend op een hutje op de hei zou kunnen wonen dan nog zou er een ecosysteem moeten wijken voor mijn hutje en eventuele moestuin. Hoe moest ik aan kleren komen zonder schapen te houden voor hun wol? Katoen groeit niet hier in Nederland. Hoe ga ik mijn hut verwarmen? Voor hout worden bomen gekapt en zonnepanelen worden vast in China gemaakt.

De enige manier die ik kon bedenken waarbij ik echt geen negatieve invloed zou hebben op een ander zou doodgaan zijn (afgezien van het verdriet wat ik mijn familie en vrienden zou doen natuurlijk). Zou ik mijn leven willen geven zodat ik geen negatieve invloed heb op een ander levend wezen hier op aarde? Ik worstel al heel lang met deze vraag. Ik heb nog steeds het antwoord niet gevonden. Echter ben ik wel wat milder geworden naar mijzelf. Ik gun mijzelf gewoon af en toe het plezier van een lekker stukje vlees of het gemak van het gebruik van onze auto. Ik heb immers maar één leven gekregen en ik vind dat ik daar best af en toe van mag genieten. Natuurlijk het liefst niet over de rug van anderen, maar ik wil me ook niet schuldig voelen over elke ademteug die ik neem. Daarom steek ik soms gewoon even mijn kop in het zand, even lekker de struisvogel uithangen. Dan doe ik even alsof ik niet weet hoe slecht vlees/autorijden/douchen/leven in deze westerse wereld is. Ignorance is bliss. Onwetendheid is een zegen. Want als ik constant stil blijf staan wat voor invloed mijn leven op anderen heeft word ik heel ongelukkig.

Ik heb voor mijzelf besloten dat ik niet meer ongelukkig wil leven. Dat ik niet bij elke positieve keuze die ik maak denk ‘dit is nooit genoeg’ en bij elke negatieve keuze die ik maak ‘zie je wel, ik ben slecht’. Ik wil met een positief gevoel aan wereldverbetering doen. Niet blijven hangen in wat ik allemaal niet doe, maar wat ik wel doe. Ik las ooit in een artikel van Rutger Bregman “Het is beter om inconsequent het goede te doen dan consequent het slechte”. Hier hou ik mij aan vast. Door deze uitspraak kan ik mijzelf dingen vergeven, maar blijf ik toch streven naar het goede. Eerder zou ik sneller het bijltje er bij neer gooien als ik een keer niet aan mijn principes zou houden. Ik weet zeker dat ik een paar jaar geleden gelijk me het zerowaste experiment zou zijn gestopt nadat we een keer gezwicht waren voor die zak chips en doos met ijsjes. Ik zou dan gelijk iets gehad hebben van “Zie je nou wel! We kunnen het niet, zerowaste experiment mislukt!” en vanaf dan weer elke week bij de supermarkt boodschappen hebben gedaan. Nu kan ik mijzelf zo’n ‘misstap’ vergeven en denken: “Die chips en ijsjes waren lekker. Dat gun ik mezelf gewoon even”. En daarna focus ik mij op wat we de afgelopen tijd allemaal niet hebben gekocht en doen we nu weer met onze katoenen zakjes boodschappen op de markt.

Ik ben vast niet de enige die zich soms machteloos voelt in de strijd voor een groener en liefdevoller leven. Hier komt vaak een schuldgevoel bij kijken en het kan enorm demotiveren. Mijn advies voor gedemotiveerde wereldverbeteraars is dan ook. Wees lief voor jezelf, vergeef jezelf als je een keer de verleiding niet kan weer staan. Focus je op de dingen die je wel doet en niet op de dingen die je niet doet, maar blijf jezelf wel uitdagen. Je hoeft jezelf echt geen schouderklopje te geven als je één keer een vegaburger eet, maar de rest van het jaar je de grootste carnivoor bent. Zoek jou grens, wat ben je bereid op te geven voor een beter klimaat of een diervriendelijke aarde? Doe net iets meer moeite dan je eigenlijk wil. Je moet het jezelf niet te makkelijk maken, maar ook zeker niet te moeilijk. Gewoon uitdagend genoeg.

image1 kopie 7